EEN TOCHT VAN VEERTIG DAGEN

   

Veertig dagen op weg naar Pasen, om dichter te komen naar wie ons hart verlangt.

We gaan de weg samen, samen met vele medechristenen, niet alleen in onze eigen parochie, maar in verbondenheid met een wereldkerk, mensen van overal, van alle kleuren en rassen. Een lange ‘gunstige tijd’ om het leven ‘anders’ te bekijken en te ervaren.

   

Moge de as jou aansporen om op te staan en nieuw te leven’

De liturgie neemt ons bij de hand om ons te begeleiden tijdens deze reis.

Op Aswoensdag lieten we ons tekenen met een askruisje. Het verbranden van de palmtakjes die het hele jaar door onze kruisbeelden getooid hebben. Symbool voor het verbranden van alles wat ons scheidt van God. Maar in het ritueel zit ook de aansporing tot een hernieuwd leven.

Vanaf Aswoensdag werd in de lezingen reeds de toon gezet, hoe onze tocht naar Pasen kan verlopen. Ik wil jullie niet ontmoedigen, maar de tocht kan wel heftig worden. Wat van ons gevraagd wordt, is ook niet niks. Bidden, aalmoezen geven en vasten zullen onze stapbroeders zijn. Ze gaan met ons mee om ons op koers te houden. Wie ooit al een meerdaagse staptocht door de bergen gemaakt heeft, weet het maar al te goed. Het is elke dag vroeg opstaan om tijdig aan te komen. Luisteren naar de signalen van het weer, uitkijken dat je niet struikelt en je niet kwetst. Maar de voldoening is groot als je het eindpunt bereikt. De veertigdagentijd is niet anders. Het vraagt discipline om je oren en je ogen wijd open te houden om te observeren, te luisteren en te ontmoeten.

   

Bidden

Het heeft meer met luisteren te maken dan met praten. Het volstaat om zich van tijd tot tijd af te zonderen om Gods stem te horen diep in ons hart. Bidden is vertoeven in Zijn aanwezigheid en luisteren naar datgene wat Hij vraagt aan ons. God wil met ons in gesprek gaan om ons te waarschuwen voor wat ons bedreigt wanneer we egoïsme en eigengereidheid in ons laten opstapelen. Hij spoort ons aan om al onze nutteloze energie om te buigen tot iets goeds.

   

Aalmoezen geven: ‘Laat je linkerhand niet weten, wat je rechter doet’

Veertig dagen om te oefenen in solidariteit en te delen met hen die een leven in armoede moeten doorbrengen. Een solidariteit tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. Maar Jezus geeft dit een heel andere dimensie, Hij voegt er iets aan toe. ‘Laat je linkerhand niet weten, wat je rechter doet’ ( Lk, 6, 3).

Het goede doen betekent dat we elke berekening achterwege laten. Niet wijzelf zijn belangrijk, maar het welzijn van de anderen moet onze drijfveer zijn. Het is goed dat er grote solidariteitsacties opgezet worden en dat de media daar hun medewerking aan verlenen. Maar Jezus waarschuwt ons. Want het succes en de publiciteit hebben soms meer met onszelf te maken. Het streelt ons ego om te laten zien hoe goed we wel zijn. Trap niet in deze valkuil.

   

Vasten: van nooit genoeg naar bewust en verantwoord gebruik

Tot slot behoort vasten tot de kern van een leven als christen. Leven in matigheid, het middel om zichzelf terug te vinden zodat men zich opnieuw op het wezenlijke kan richten. Vasten dient ter concentratie, om gevoelig te worden en zich te verinnerlijken. Vasten is ook een oproep om spaarzaam en ecologisch met onze aarde om te gaan. De mentaliteit van ‘nooit genoeg’ ombuigen naar ‘genoeg’, van ‘eigen verdienste’ naar ‘delen’, van ‘verkwisting’ naar ‘bewust en verantwoord gebruik’.

   

Het wordt een boeiende tocht met de pelgrimsstaf in de hand en de reiszakken gevuld vol goede moed. Dankzij de versterving van onze eigen verlangens, gebaren van solidariteit en veel momenten van gebed zullen we optrekken naar Pasen. Zo zal Hij ons leren om ons oude leven af te leggen en als een nieuwe mens te herrijzen.

   

Paul Van Assche

 

Joomla! Foutopsporingsconsole

Sessie

Profielinformatie

Geheugengebruik

Database queries