EEUWIGE ROEM.... TOT MORGEN 

     

De vastenperiode is een tijd van bezinning. We hoeven niet elke dag met onze neus op de werkelijkheid van de dood gedrukt te worden, zeker niet, maar het is toch wijs dat we soms ook eens nadenken over de vergankelijkheid en de kortstondigheid van ons menselijk leven. Me dunkt dat men vandaag de dag nogal vlug, bij geleverde knalprestaties, die we nota bene warm toejuichen, vlotjes en loslippig spreekt over 'geschiedenis schrijven' en het verwerven van 'eeuwige roem'. Het getuigt van realisme om met dergelijke formuleringen wat zuiniger om te springen en het opgefokte taalgebruik temperen.

     

De levensadem

   

We slaan er even de bijbel op na. In het oudste scheppingsverhaal staat er :
In de tijd dat God, de Heer aarde en hemel maakte, groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God de Heer, had het nog niet laten regenen op de aarde en er waren geen mensen om het land te bewerken. Wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. Toen maakte God, de Heer de mens. Hij vormde hem uit stof uit de aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen” (Gen.2,4b-7).

 

Als een ijverige, kunstvaardige arbeider boetseert de Heer de mens uit klei.
“Lieve boetseerder, trek mij uit de klei”, dicht Huub Oosterhuis. Het mensenwezen wordt gemaakt. De mens is nog niet geslachtelijk gedifferentieerd. God vormt, letterlijk vertaald, een aardeling, een grondeling. Er is nog geen sprake van man en vrouw. Elke mens is as. Wij zijn allemaal leden van de familie As, of Akkermans of Van der Aarde. Vroeger had ik zelfs een Nederlandse collega, die pater As heette...
In het bijbelse verhaal is er pas sprake van een man en een vrouw na de spitsing, na de deling in twee helften, twee zijden.
Elke aardeling bestaat uit twee elementen: bevochtigd stof, dus enerzijds klei én anderzijds de levensadem van de Heer.
De Heer blaast zijn eigen levensadem in de neus van de mens. Prachtig beeld! Bij elke ademhaling ontvangt de mens de levenskracht van God. Bij elke uitademing geeft hij het leven terug. Meestal onbewust krijgen we eerst vitaliteit en schenken we daarna dankbaar de levensgeest terug. Vierentwintig uren op vierentwintig, slapend of wakend leven wij bij de gratie van de Heer.
Het ritme van de ademhaling is een vraag en een antwoord, een smeekgebed en een dankgebed, een ontvangen en een teruggeven, een constant heen en weer, een ononderbroken hulde van de Eeuwige die ons in leven houdt. Zolang de levensadem ons bezielt, ons staande houdt, mogen we energisch en hartelijk meewerken aan de uitbouw van het Rijk Gods, aan betere verhoudingen in de maatschappij.

 

“De mens – zijn dagen zijn als het gras, hij is als een bloem die bloeit op het veld en verdwijnt zodra de wind hem verzengt; de plek waar hij stond, kent hem niet meer” (Psalm 103,15.16).

 

We leven allemaal graag. We dromen en hebben onstuimig lief. We hopen terecht op een gelukkig en lang leven. Wie zei ook alweer dat de kinderen die nu geboren worden, zeker 120 jaar zullen worden?
Maar de psalmist richt zich weer tot de Heer: “Verberg uw gelaat en zij bezwijken van angst. Ontneem hun adem en het is met hen gedaan, dan keren zij terug tot het stof dat zij waren. Zend uw adem en zij worden herschapen, zo geeft u de aarde een nieuw gelaat”(Psalm 104,29.30).

 

De gelovige psalmzanger beseft maar al te goed dat het menselijk leven broos, kortstondig en hachelijk is. Het leven vliegt met een razende snelheid voorbij.

     

Een waaier van beelden

   

Met vele beelden proberen we enigszins vat te krijgen op het mysterie van leven en dood. Sommigen beweren dat het leven van de mens niet meer is dan “een ietsje aan de rand van het niets”. In het boek De bekeerlinge', spreekt de auteur, Stefan Hertmans, over het leven als een stuurloos zwalpend vlot dat door de sterke stroming naar een bruisende waterval afdrijft. Iemand anders beweert dat het leven een rookpluim is die bij hevige wind uit de schoorsteen vliegensvlug verdwijnt. Weer anderen gebruiken het beeld van de dauw op de velden die bij de eerste zonnestralen opdroogt.
Een gelovige interpretatie heeft het over een herschepping, een nieuwe geboorte, een grote reis, een overtocht naar een andere oever, een nieuwe ster aan het firmament 'daarboven', een opname in een nieuw leven, een kus van de Eeuwige, een bij de hand gevat worden door de Eeuwige.

 

Iemand zei: “Bij de dood neemt God de mens van de ene hand in de andere”.

 

In het sceptische boek Prediker, die beweert dat alles lucht en leegte is, vinden we op elke bladzijde de wijze raad, regelmatig aan het einde van het sterfelijk leven te denken. Memento mori. Dit belet hem niet, de mens aan te sporen tot krachtdadig handelen, hard werken, van de morgen tot de avond en als het kan, te genieten van de zon, een stevige, lekkere maaltijd, fijne kledij, een lieve partner. Geniet volop van het leven: niet woest en wild, maar geraffineerd en matig. De menselijke aftakeling beschrijft hij op een heerlijk poëtische manier. Elke mens komt aan de beurt, op een eigen wijze. Alles wat eertijds zo onmisbaar en kostbaar, zo nuttig en dierbaar was, gaat er aan. Er rest één troost en wat voor een: “Je jeugd en je jonge jaren zijn al snel voorbij. Geniet toch van het leven, voordat het zilverkoord wordt weggenomen, de gouden lamp gebroken, de waterkruik in stukken valt, het scheprad bij de put wordt stuk gebroken, wanneer het stof terugkeert naar de aarde, weer wordt zoals het was, wanneer de adem van het leven weer naar God gaat, die het leven heeft gegeven” (Prediker 12,6-8). De cirkel is rond. In het afsterven wordt de levensadem gewoon weer teruggeschonken aan de eigenaar. Dit is geen zwartgallig cultuurpessimisme maar kan men gelovig realisme noemen. Daarenboven noemt Jezus de oerbron van alle leven...Vader. We staan nog voor verrassingen.

     

Gelovig houvast

   

Pronken met 'eeuwige roem hier op aarde', kan lachwekkend, komisch en potsierlijk overkomen. Wat een illusie! Kijk enkele jaren verder en je gedachtenis is vlug vervaagd, gaat de mist in en is weldra volledig uitgewist. Standbeelden verkruimelen of worden neergehaald. In steen gebeitelde namen worden wazig en onduidelijk. Onze blauwe planeet is niet meer dan een petieterig stofdeeltje in een grenzeloos complex van heelallen, die miljarden lichtjaren van elkaar verwijderd zijn. Elke seconde worden minstens 60.000 sterren geboren. Als gelovigen vermoeden we dat we door een fascinerend en ontstellend levensmysterie omgeven zijn, dat we Vader noemen. Zo heeft Jezus ons geleerd te bidden.
In en boven een duizelingwekkend energische evolutie bestaat er een alomvattend levensmysterie dat ons gunstig gezind is, ja ons draagt en liefheeft. Wedden dat het waar is? De psalmist zegt het gebald: “Heer, uw vriendschap is mij meer dan het leven” (Psalm 63,4).

 

Dames en Heren As, geef je in vertrouwen over aan dit uiteindelijk mysterie.

   

Wilfried Rossel  

 

Joomla! Foutopsporingsconsole

Sessie

Profielinformatie

Geheugengebruik

Database queries