SINTERKLAAS HEEFT TWEE RECHTERHANDEN

Iets geven zonder dat je ervoor beloond wordt, ook al is het slechts met een dankjewel, het overkomt ons uiterst zelden. De sinterklaastijd is daarom een unieke gelegenheid. Het is een oefening in ongezien geven. De rechterhand maakt overuren. Net als bij de echte Sint, die volgens het verhaal ’s nachts stiekem geld door het raam ging gooien om mensen uit de problemen te helpen.

En alle mensen die vandaag sint spelen voor kinderen of grote mensen uit hun omgeving, zijn dus de rechterhand van Sinterklaas. Geen enkele linkerhand hoeft daarvan iets te weten.

 

Sint-Niklaas is in de adventsmaand een eerste feestelijke halte. Als je in Vlaanderen de kerktorens telt, merk je alvast zijn populariteit bij de parochiepriesters van weleer. In onze omgeving zijn er naast onze Sint-Niklaaskerk ook de buurkerken van Leest, Kapelle-op-den-Bos, Hemiksem en natuurlijk van de stad Sint-Niklaas. In de ruime regio zijn er nog een 30-tal geloofsgemeenschappen die op 6 december de patroonheilige van hun kerk gedenken.

Sint-Niklaas was ongetwijfeld een opmerkelijk man. Ruim 17 eeuwen na je dood populair, geliefd en soms voor controverse zorgen, is niet min. De charme van zijn persoonlijkheid is mooi samengevat in een van de meest geliefde en gekende sinterklaasliedjes:

‘Zie ginds komt de stoomboot

uit Spanje weer aan,

hij brengt ons Sint-Nicolaas,

ik zie hem al staan.

Hoe huppelt zijn paardje het dek op en neer,

hoe waaien de wimpels al heen en al weer.

Zijn knecht staat te lachen …’

De kinderlijke verwachting, de zoetigheid, de geur van chocolade en sinaasappels, het witte paard,  Piet en de Sint, het feestgetwinkel… en dit allemaal in één gedichtje van onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863), de eerste die de Sint uit Spanje deed komen.

 

Joomla! Foutopsporingsconsole

Sessie

Profielinformatie

Geheugengebruik

Database queries